|
|
Inhoud
Esmoreit, kroonprins van Sicilië, trekt door zijn geboorte
een streep door de rekening van zijn neef Robbrecht, die zich
zeker achtte van de troonopvolging.
Aan het hof van Damascus wordt ondertussen voorspeld dat een prins
uit de kristenwereld de koning van Damascus zal vermoorden en met
diens dochter trouwen.
De koning van Damascus besluit die vreemde prins te laten opzoeken
en naar zijn hof te brengen, om hem aldaar te laten opvoeden, als
een zoon, zodat geen reden voor de koningsmoord zou bestaan.
Robbrecht besluit Esmoreit te doden, maar wordt door de gezant en
sterrenwichelaar van Damascus (Platus) omgekocht om het kindje te
verkopen. De verdwijning van de kroonprins van Sicilië wordt
door Robberecht in de schoenen van de moeder, de koningin van
Sicilië geschoven, die dan ook opgesloten wordt.
Esmoreit wordt - onder het mom dat het om een vondeling gaat -
toevertrouwd aan de dochter van de koning van
Damascus, Damiët. Zij voedt de jonge Esmoreit op, zowel
in de rol van zus als die van moeder.
jaren later...
Esmoreit, onbekend met zijn afkomst, ontdekt op zekere dag dat zij
die hij tot dan toe als zijn zus beschouwde, eigenlijk geen echte
familie van hem is, en ook dat zij verliefd op hem is.
Esmoreit vraagt haar om uitleg en wordt zo verteld dat hij een
vondeling is. Esmoreit zelf ontedekt ook dat ook hij verliefd is
op de mooie Damiëet, maar besluit eerst op zoek te gaan naar
zijn echte ouders.
In Sicilië aangekomen, verraadt Robbrecht zichzelf niet als
de ware identiteit van Esmoreit aan het licht komt, maar als
Damiët met de haar vergezellende Platus Esmoreit achterna
reizen, herkent Platus Robbrecht, en wordt deze laatste zonder
pardon terecht gesteld.
|