Redentiner Osterspiel

Deel 1

In het eerste deel van het Redentiner Osterspiel zien wij de verrijzenis van Jezus en zijn hellevaart. De Joden zijn bang dat de gekruisigde Jezus uit de dood zou opstaan of, beter gezegd, dat zijn apostelen hen dat zouden willen laten geloven door zijn lichaam uit het graf te stelen. Dat willen zij met alle middelen verhinderen en daarom sturen zij een bode naar Pilatus. Die smeekt Pilatus het graf te laten bewaken.

Pilatus stuurt zijn niet al te gemotiveerde ridders naar het graf, waar hij hun hun plaats aanwijst. Ook zij geloven niet dat een dode man zou kunnen verrijzen, maar de beloning (veel zilver en goud) zet hen ertoe aan de opdracht aan te nemen. Nadat Pilatus naar zijn paleis is teruggekeerd, besluiten zij echter de hulp van de nachtwaker in te roepen en wat te gaan slapen.

De engelen roepen Jezus uit zijn graf en trekken met hem naar de hel om de zielen te verlossen die daar al meer dan vijfduizend jaar zijn opgesloten. De hel wordt beheerst door de machtige Lucifer, een gevallen engel, en zijn knechten Satan, Noytor, Tutevillus, Puk e.a.. Het komt tot een gevecht tussen Lucifer, die de zielen niet wil laten gaan, en Jezus, die hen naar de hemel wil leiden. Natuurlijk wint Jezus deze strijd en Lucifer blijft verslagen en geboeid achter, terwijl Jezus met de zielen naar de hemel trekt.

Intussen is een nieuwe dag aangebroken en de nachtwaker maakt de ridders met een vrolijk liedje wakker. Verbijsterd moeten zij vaststellen dat het graf leeg is en dat Jezus is opgestaan. Wat zij dachten gedroomd te hebben, is dus toch waar. Bang lopen zij naar de Joden om alles te vertellen. De hogepriesters Annas en Cayfas zijn woedend, maar ze zijn ook bang voor de schande en betalen de ridders veel geld om te zwijgen en niemand te vertellen wat ze bij het graf hebben meegemaakt. Wat zou ht volk wel denken als het hoort dat Jezus is opgestaan en toch een zoon van God zou kunnen zijn! De sluwe ridders beloven te zwijgen, maar ze beseffen ook dat ze Pilatus, hun heer, wel alles zullen moeten vertellen. En dat zou zware gevolgen kunnen hebben! De joden beloven hen te helpen.

Als Pilatus hoort wat er is gebeurd, straft hij zijn ridders en stuurt hen het land uit. Voortaan moeten zij eerloos en zonder have rondtrekken. Zij lopen terug naar de Joden om zich door hen te laten helpen. Die sturen een brief en geld naar Pilatus en vragen hem de ridders weer in dienst te nemen, wat hij na enig beraad ook doet.

Deel 2

De hel is leeg. Lucifer zit moedeloos op zijn vat en roept zijn gezellen bij zich. Nog eens vertelt hij hun wat er is gebeurd. Hij spreekt over de machtige, gemene Jezus, die de hel heeft verstoord. De duivels reageren woedend en opstandig, want hun baas Lucifer blijkt niet zo machtig te zijn als zij dachten. Deze Jezus is er immers in geslaagd de hel leeg te halen en alle zielen te stelen. Wat moeten zij nu doen ?

Lucifer stuurt hen weg om nieuwe zielen te vangen, maar dat blijkt heel moeilijk te zijn. Niemand begaat nog zonden, alle mensen hebben zich van de hel afgekeerd. Gefrustreerd komen de duivels na een vruchteloze jacht terug en willen zich op Lucifer wreken. Ze zijn agressief, en Lucifer moet hun meermaal bewijzen dat hij nog altijd over veel macht en magische krachten beschikt.

Dan heeft hij een idee. In Lübeck is de pest uitgebroken. Daar sterven de mensen als vliegen, daar zijn zeker zielen met hopen te vangen. Vol verwachting dansen de duivels een helse dans en begeven zich vrolijk krijsend naar de stad.

Het duurt niet lang of ze komen met hun buit terug. Arme zielen uit het gewone volk zijn hun slachtoffers: een bakker, een schoenmaker, een kleermaker, een wever, een slager, een waardin en een visventer. Zij bekennen hun zonden en worden naar de hel gesleurd. Alleen Satan, de lievelingsknecht van Lucifer, komt niet terug. Lucifer raakt in paniek en vreest dat Satan is doodgeslagen.

Eindelijk hoort hij de stem van Satan in de verte. Deze vlijtige duivel heeft een vette buit aan de haak geslagen: een priester die liever in de kroeg zat dan de mis te lezen en vaak het ochtendgebed heeft verslapen. Maar al gauw blijkt dat de zonden van de priester niet groot genoeg zijn voor de hel. De priester merkt dat zijn macht over de duivels nog altijd zo groot is dat ze hem niet naar de hel kunnen sleuren en hij vervloekt Satan. Lucifer is daarop zo ontgoocheld over zijn lieveling dat ook hij hem vervloekt en naar het wilde woud stuurt waar hij de komende jaren met de vogeltjes mag spelen, de grootste straf voor een duivel. Jankend trekt Satan zich terug.

Na een laatste waarschuwing dat Jezus altijd sterker zal zijn dan Lucifer, trekt de priester vrolijk naar de hemel.

Lucifer blijft alleen en verslagen achter. Hij wil niet opgeven. Maar hij moet toch bekennen dat hij liever een engel was gebleven. Vol berouw zegt hij dat hij liever tot aan het Laatste Oordeel op en neer zou klimmen in een boom die aan alle kanten met scherpe scheermessen is bezet, dan nog langer in de hel te blijven. Maar hij moet in de duisternis vertoeven tot aan het einde der tijden. Vermoeid en verslagen vraagt hij zijn duivels hem naar de hel te dragen. Zij volgen bereidwillig zijn bevel.

Bron: Programma-brochure Redentiner Osterspiel - K.U.Leuven

(c)2000-2001 Historisch Theater
Deze pagina wordt onderhouden door Team Redentiner Osterspiel
Laatste aanpassingen werden aangebracht op 2001-05-15 .